Technische gids
Plexiglas lasersnijden: zo levert u een perfect DXF-bestand aan
Een goed voorbereid bestand is het verschil tussen een strakke laserlijn en een dure herbewerking. In deze gids leggen we uit hoe u een DXF aanlevert dat direct door onze lasersnijder gaat — inclusief kerfcompensatie, contouren en de fouten die we in de praktijk het vaakst tegenkomen.
1. Wat is DXF en waarom is het de standaard?
DXF (Drawing Exchange Format) is het uitwisselingsformaat dat vrijwel elke CAD- en vectortekentool ondersteunt. Voor lasersnijden van Plexiglas is DXF ideaal omdat het puur vectorlijnen bevat — geen pixels, geen dikte, geen kleurbewerkingen die de laser zou proberen te interpreteren. Aanleveren in millimeters, schaal 1:1.
2. Kerf: de laser snijdt een sleuf, niet een lijn
Een laserstraal heeft breedte. Bij Plexiglas is de snijsleuf (kerf) doorgaans 0,1 – 0,3 mm afhankelijk van diktes en vermogen. Dat betekent dat een cirkel van exact 10 mm in uw tekening in werkelijkheid iets kleiner uitkomt aan de buitenzijde en iets groter aan de binnenzijde. Twee praktische tips:
- Teken op de middellijn van de gewenste snede en laat kerfcompensatie aan ons over.
- Bij pas-op-pas onderdelen (bijvoorbeeld letters in een uitsparing): geef een tolerantie van minimaal 0,2 mm, anders klemt het onderdeel na het snijden.
3. Fonts to paths: zet tekst altijd om naar contouren
De meest voorkomende fout die we bij plexiglas snijden zien is tekst die als "tekstobject" is opgeslagen. Als het lettertype niet op onze machine geïnstalleerd staat, valt de tekst terug op een systeemfont en snijdt de laser een verkeerde vorm.
De oplossing is eenvoudig: converteer alle tekst naar contouren (Illustrator: Type > Create Outlines; Inkscape: Path > Object to Path; AutoCAD: EXPLODE op een MTEXT). Sla daarna pas op als DXF. Zo weten wij zeker dat de letters op uw scherm exact overeenkomen met wat er uit de laser komt.
4. Open paden en dubbele lijnen — de stille killers
Twee foutsoorten die u niet altijd op het scherm ziet, maar die de laser wel merkt:
- Open paden: een letter of vorm die niet volledig gesloten is. De laser weet dan niet wat binnen- en buitenkant is. Vaak veroorzaakt door twee losse lijnen die bijna op elkaar aansluiten (afstand < 0,05 mm).
- Dubbele lijnen: twee identieke lijnen bovenop elkaar. De laser snijdt dan tweemaal, wat leidt tot een bredere sleuf en verbrande randen.
Onze editor detecteert beide automatisch en biedt Geometry Auto-repair aan om ze te herstellen — u ziet direct hoeveel segmenten er gerepareerd zijn.
5. Contouren en gaten: welke lijn moet wat doen?
Bij een logo met een letter zoals een "o" of een "p" bestaan er automatisch een buitenrand en één of meer gaten. In een schoon DXF-bestand zijn dat gescheiden gesloten contouren. Onze parser groepeert ze op ruimtelijke ligging (nesting) en behandelt binnencontouren als gaten — u hoeft daar niets voor te doen zolang de contouren gesloten zijn.
6. Checklist voordat u uploadt
- Eenheid: millimeters. Schaal 1:1.
- Tekst is omgezet naar paden (contouren).
- Alle gewenste snijlijnen zijn gesloten contouren.
- Geen dubbele lijnen, geen hulplijnen, geen maatvoering.
- Eén logo of één set letters per bestand — makkelijk voor nesting.
- Bestandsformaat DXF (of DWG, PDF, AI, EPS of SVG met een duidelijke snijlaag).
7. Wat gebeurt er nadat u uploadt?
Ons portaal analyseert het bestand direct: aantal contouren, buitenafmetingen, gaten, open paden en dubbele lijnen. U ziet meteen een preview en kunt kleuren toewijzen aan de deelgroepen. Daarna geeft u ons akkoord voor de handmatige offerte — pas dan begint er iets aan onze kant en pas na uw akkoord op de offerte gaat het bestand naar productie.
